© 1998 Reau

Lekker met de bus

– van Krabi naar Khao Sok National Park

Witte rijst met kip als ontbijt in een restaurantje dat gerund wordt door een oud chinees echtpaar. Daarna naar het postkantoor om de brief en het pakketje te versturen. Nadat ik wat boodschappen heb gedaan voor onderweg, check ik uit en stap ik in een song thaew. Een song thaew, letterlijk vertaald ‘2 rijen’, is een kleine pickup truck met 2 bankjes langs de zijkanten en een kooiconstructie er bovenop.
In Talaat Kao stap ik uit en stap de stationshal binnen. Aangezien alle teksten in Thai zijn, stap ik op goed geluk op een loket af. De dame aan de andere kant van de balie spreekt gelukkig wat Engels. De bus richting Khok Kloi wordt om 11:00 verwacht. Ze kan me nu nog geen ticket verkopen omdat ze niet weet of de bus vol is.

In en om de stationshal zitten verkopers met hun etenswaar. De een verkoopt bananen, de ander gebakken kippenpootjes, een derde zelfgemaakte koekjes. Bijna elke Thai koopt wel iets voor onderweg. Niet in de laatste plaats natuurlijk omdat de afstanden en daardoor de reistijden aanzienlijk groter zijn dan in Nederland. Het valt me op dat ik de enige farang (vreemdeling) in deze menigte ben. In Krabi-stad behoren de mini-busjes, volgepropt met farangs, tot het stadsbeeld. Hier, 4 km verderop, ben ik de enige.

Even na elven rijdt bus 441 binnen. Op elke bus zit naast de chauffeur een persoon die het aantal plaatsen in de gaten houdt, eeen soort conducteur dus. De conducteur van 441, een magere, lange jongen van mijn leeftijd, stormt de hal binnen en begint een levendige conversatie aan het loket, waar ik zojuist ben geweest. Even later wenkt de dame in het loket mij. De bus is vol maar ik moet me maar even bij een ander loket melden. De dame van het andere loket, dat zich overigens naast het eerste loket bevindt, vertelt me dat ik wel meekan en voorin de bus moet zitten. Naast de chauffeur. Het maakt mij geen reet uit zolang ik maar wegkom van hier. Wanneer ik mijn portemonnee tevoorschijn haal om te betalen, verwijst ze me weer naar loket 1.

We zijn onderweg. Om 11:30 zijn we vertrokken van Talaat Kao. Voor deze rit van ruim een uur hoefde ik slechts 62 baht te betalen. Ik begrijp niet waarom ik daar de enige backpacker was. Samen met een broertje en een zusje van zo’n 5 en 7 jaar, heb ik me nedergezet op een bankje, eigenlijk niet meer dan een rechthoekige poef, bekleed met zwart skai leder, en kijk ik in de gezichten van de overige passagiers. Ik zit namelijk achterstevoren voorin het gangpad. Rechts voor mij zitten 2 meiden. De een stoot de ander aan en wijst naar mij. Ze giechelen. Het enige wat ik uit hun conversatie haal, zijn de woorden farang-farang.

De weg voert door de bergen. Wanneer de chauffeur schakelt, hoor ik van onderuit de bus een krakend geluid komen. Na een aantal bochten het rijgedrag van de chauffeur te hebben bestudeerd, vallen mij drie dingen op. Ten eerste wordt de versnellingspook, als de eerste 2 pogingen hebben gefaald, in de gewenste versnelling geforceerd. Deze handeling wordt vergezeld door het eerder genoemde geluid. Ten tweede stuurt de chauffeur heftig van links naar rechts terwijl de bus min of meer dezelfde weg blijft vervolgen. De speling in het stuur van -laten we zeggen- een kwart cirkel, geeft me de indruk dat de APK keuring hier nog niet is ingevoerd. Ten derde is in het midden van de voorruit een klein altaartje gefabriceerd met daarin een gouden chao ti beeldje. Dat laatste geeft mij de geruststellende gedachte dat ik, ondanks de eerste 2 constateringen, behouden op de plaats van bestemming zal aankomen.

Om 12:45 komen we aan in Khok Kloi. Aan het loket vraag ik hoe laat de eerstvolgende bus naar Khao Sok gaat. Two o’ clock is het antwoord. Ik besluit om in het station te blijven wachten en een stuk te lezen in “de oude Pathagonie express” van Paul Theroux. In het winkeltje naast het station koop ik een pakje sigaretten. De verkoper vraagt waar ik naartoe ga. “Khao Sok”, zeg ik. “Aah, Khao Sok. Two o’ clock”, antwoordt hij. Ik knik instemmend en ga weer terug het station in.

Om 14:15 nog geen bus gezien. Bij het loket krijg ik weer two o’ clock te horen. Ach, misschien heeft de bus van 2 uur wel wat vertraging. Als ik om half drie weer het winkeltje binnenstap om iets te eten en te drinken te kopen, kijkt de verkoper mij verbaasd aan. “Khao Sok??” Ik knik weer ja maar hij probeert me iets duidelijk te maken. Met behulp van het Thai Phrasebook, dat ik van Ursula heb gekregen, en de klok aan de wand, kom ik tot de conclusie dat ik de bus van 2 uur heb gemist, ik geen kaartje hoef te kopen maar aan de conducteur moet betalen en dat de eerstvolgende (en laatste!!) bus om 15:10 gaat!

Om 15:15 komt de bus aan. Mensen stappen uit de overvolle bus en evenzoveel, zoniet meer, mensen stappen in. Ik sta in het middenpad geklemd tussen de rest van de mensen. Op elke bank, die in Europa bestemd zouden zijn voor 2 personen, zitten er 3. Het gangpad is bomvol. Toch weet de conducteur zich door deze menigte een weg te banen en het verschuldigde geld te collecteren.

In dit soort landen is men altijd heel inventief om bepaalde situaties op te lossen. Zo ook het probleem van luchtverversing. Ten eerste kunnen alle ramen open en staan ook open. Ten tweede heeft men een aantal huis-tuin-en-keuken ventilatoren aan het plafond bevestigd. Het plafond bestuderend, valt me op, dat de lampen niet gek zouden staan in een kitscherig interieur van een woonkamer. Misschien heeft een of andere handelaar ergens in de jaren zeventig, toen de flower power gedachte tanende was, een deal gesloten met deze busmaatschappij.

Boven de voorruit is een extra compartiment gebouwd en met metaalplaat afgewerkt. In het midden ervan is een huis-tuin-en-keuken TV ingebouwd en links daarvan een huis-tuin-en-keuken videorecorder. Rechtsboven de chauffeur doet een aantal lichtschakelaars dienst als bedieningspaneel voor de ventilatoren.

Na Hadd Thai Muang wordt het steeds rustiger in de bus en weet ik een zitplaats te bemachtigen. Nou ben ik niet bepaald groot maar zelfs als ik met mijn kont tegen de leuning van de hardplastic bank gedrukt zit, raken mijn knieën de leuning van de volgende bank.

De weg voert langs de bergachtige kust van de Andaman Zee richting Takua Pa. Linksachter mij, aan de andere kant van het gangpad, zit een Duits stel ruzie te maken. Niet luidruchtig maar hard genoeg voor mij om hun conversatie te volgen. De man klaagt over de hitte, de vele uren die hij vandaag al aan reizen heeft gespendeerd, pijn in seinem Kopf, de niet bepaald royale beenruimte en Arschweh. De vrouw luistert lijdzaam zijn klaagbede aan, pakt de Stefan Löser reisgids en begint te lezen.

“Pai, pai!” wat zoveel betekent als “gaan, gaan!” wordt elke keer door de conducteur geschreeuwd als iedereen is ingestapt. Aangezien de bus ontelbare malen stopt, denk ik dat hij alleen pai-dromen heeft en nooit komt. Bushaltes zijn hier namelijk niet. Als je mee wilt, steek je gewoon je hand op om de bus tot stilstand te manen.

VLEDDER! Een meisje dat voor het Duitse stel zit, gooit haar lunch met één anti-peristaltische beweging naar buiten. De substantie, die nu op de vloer ligt en langzaam richting gangpad uitdijt, geeft me de indruk dat ze tomatensoep met balletjes als lunch heeft gehad. Realiserend dat ik hier nog geen blik tomatensoep in de winkels heb gezien, herzie ik mijn constatering en concludeer dat het tom yam met visballen is. Ja, dat moet het zijn geweest. Zoals zij zich van haar lunch heeft ontdaan, wordt zij op haar beurt min of meer de bus uitgewerkt. Uiteraard nadat de bus vaart heeft geminderd.

“Pai-pai!” klinkt weer vanaf de achteruitgang. De conducteur legt een mat over de rode plas heen en loopt hoofdschuddend verder naar voren. Rond de ingebouwde TV is een frame gemaakt met rode, gele en blauwe stickertjes. Ik vind het wel grappig staan op de blikken achtergrond.

17:45 Khao Sok! Geen huizen, geen teken van leven wanneer ik uit het raam kijk. Alleen een weggetje dat moet leiden naar de ingang van het park, ongeveer 1 kilometer verderop. Buiten overhandigt de conducteur me mijn rugzak, die ik onderin het bagagecompartiment had gestopt. Met een laatste “pai, pai” vertrekt de bus met zijn huiskamerinterieur, het ruziënde Duitse stel en de tom yam met visballen, die nu geïmmobiliseerd ligt tussen de mat en de vloer. In de verte klinkt nog eenmaal een krakend geluid……..

%d bloggers like this: